GA VEILIG EN VOORBEREID HET NATUURIJS OP!

BESTEL HIER EEN VEILIGHEIDSSET!

Tips Voor Veilig Schaatsen op Natuurijs
Veiligheids- middelen
Hoe kom je uit een Wak
IJslezen
Contact en Links
IJs Foto's
Info voor Verenigingen

Laatste update:

20-04-2017


Teksten voor verenigingen

De grondige risicoanalyse op natuurijs

'In Memoriam Wim Honig, penningmeester van onze schaatsclub' was bijna de titel van dit stuk geweest. Met heel veel geluk en verdomd weinig wijsheid is dat godzijdank niet het geval.
Wat neem je op natuurijs mee? Veel mensen zijn al blij als ze hun portemonnee en hun schaatsbeschermers niet vergeten zijn. Anderen zijn verstandiger. Zij hebben in een rugzakje naast de beschermers een extra trui, een kaart, schoenen om te klunen, pleisters tegen blaren, en vooral veel brood en zoetigheid en soms ook een bidonnetje drinken.
Ja, daar wordt zorgvuldig over nagedacht. Zo wordt er ook zorgvuldig afgewogen of er een stuk touw en een priem nodig zijn. Een touw: weg te stoppen in de binnenzak van een trainingsjack of de achterzak van een fietsshirt. Een priem: om je nek te hangen. Of je deze 125 grammen extra meeneemt met je schoenen en je brood en je bidon en je trui enzovoorts is een grondige risicoanalyse waard, dat is duidelijk. Met name de priem wordt bij deze overwegingen veel zwaarder, want het is natuurlijk een beetje lullig om zo'n ding mee te nemen; een beetje erg overdreven, nietwaar? Vooral als je gezellig met een clubje op stap bent, de zon schijnt en half Nederland op het ijs is. Wanneer wordt een priem meegenomen? Zo'n priem is toch onzin! Hoe vaak kom je nou eigenlijk in een wak terecht zonder dat je er op eigen kracht uit kan komen of dat er iemand is om je er met een touw uit te halen?
In Zweden is het voor vissers verplicht een houder met twee priemen bij zich te hebben als ze het ijs opgaan. En die vissers zoeken met name ouder en dus dikker ijs en lopen het liefst zo weinig mogelijk meters vanaf de auto naar een plek om een viswak te hakken.

Wanneer wordt een touw en priem meegenomen? Bij de risicoanalyse ten behoeve van een beslissing hierover worden heel wat factoren door onze denkers doorgerekend. -'Ik neem altijd een touw en priem mee als het ijs gevaarlijk is.' En als ik geen touw bij de hand heb, is het ijs, oh wonder, ineens een stuk minder gevaarlijk.
Een nieuw stuk ijs is minder gevaarlijk als ik al op stukken ijs geweest ben die er hetzelfde uitzien. Toch? Of niet soms?
Naarmate er meer mensen over een stuk ijs gegaan zijn, wordt het ijs steeds betrouwbaarder. Niet dan? Of niet soms? -'Ik ga alleen op uitgezette tochten.' Behalve die keer, toen we een andere mooie route zagen en mijn maatjes die per sé wilden nemen. En ja, toen we de auto een kilometer verderop moesten parkeren, zijn we wel even op een ander punt opgestapt.
Bij uitgezette tochten rij ik ook nooit met de ('s winters altijd laag staande) zon in de ogen, met het windje in de rug al soezend bijna een eendenwak in.
Ik ben ook nooit een beetje laat uit een café gekomen of wat langer onderweg geweest door tegenwind en heb ook nooit het laatste stuk met al die mooi afgezette wakken in het duister gereden.
Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat op een meer op de terugweg er ineens door wind- en waterwerking een 'gracht' van een paar meter ontstaan was. -'Ik hoef geen touw of priem mee te nemen. Dat doet mijn maatje.' Daar zal dat maatje erg blij mee zijn als hij/zij zelf in een wak rijdt. Deze en nog vele andere overwegingen houden de denkende schaatser bezig. Ik heb altijd de grootste bewondering voor diegenen die ’s morgens vroeg zo'n grondige analyse weten te maken en precies weten wat zij zelf, wat anderen, wat het ijs en het weer gaan doen die dag. Daarvoor ben ik een beetje te lui, maar misschien wel gewoon te dom. Ik weet dat soort dingen niet zo precies van tevoren. En zoals mijn vader al zei: ‘Wie zijn hersens niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken.' En dus sjouw ik standaard al die 125 grammen met me mee. Als er geen beton onder het ijs zit, maar water, gaan de priem en het touw altijd mee. Beter 'mee verlegen' dan 'om verlegen.'

Vandaag niet

Iemand vertelt over de Westeinderplassen een paar jaar geleden. Hij ziet hoe twee schaatsers in een windwak rijden. Ze proberen eruit te komen. In paniek slaan ze elkaar bijna knock-out. Het ijs brokkelt af. Ze komen er niet uit. De verteller kan niet dichtbij komen. Hij rijdt een eind terug om met een schaats een stuk touw van een boot af te snijden. Als hij terugkomt kan hij nog net één van de twee schaatsers uit het wak halen. De ander verdrinkt voor zijn ogen. Sindsdien, zegt hij, heeft hij altijd een touw bij zich. 'Vandaag ook?', vraag ik. (Ik was zelf twee uur van tevoren door het ijs gezakt.)
'Nee, vandaag niet.'

Een priemende kwestie

Daar ga je dan; op pad voor je eerste natuurijstocht van de winter. Op de ijsbaan nog een paar niet te stoppen natuurijsenthousiastelingen opgepikt die wel een tochtje wilden rijden. En ook meteen een priem en touw meegenomen in het kader van de actie "Een priem om je nek, helemaal niet zo gek". Tijdens deze tocht werd er driftig gefilosofeerd over hoe het zou voelen als je door het ijs zakte en meer van dat soort existentiële vragen. Ik vroeg me onder andere naar aanleiding van de begeleidende tekst af of je wel kon water trappelen met je schaatsen aan. Ik heb zelfs even overwogen om mijn schaatsen 's avonds mee te nemen naar het zwembad (als triatleet heb je in de winter ook te maken met water in ontdooide vorm).
Het werd een heerlijke tocht zonder al te grote problemen.
Zondags wilde ik vroeg gaan schaatsen. Ik had geen maatje kunnen vinden en was in mijn eentje naar Holysloot gegaan. Daar was eerst niemand te zien. Toen ik al bijna besloten had om maar op de ijsbaan van Ouderkerk te gaan schaatsen zag ik ze, schaatsers!
Snel de ijzers onder gebonden en op pad. Via Zuiderwoude naar Monnickendam. Daar aangekomen even richting Gouwzee. In de bocht stonden geen auto's; dus maar weer omgekeerd en aan de linkerkant over een vrij klein slootje langs Monnickendam. Aan een schaatser die van de andere kant kwam gevraagd of je die kant op kon schaatsen. Volgens deze meneer kon je helemaal naar Leek en Broek in Waterland als je dat wilde. Alleen moest je bij de komende brug even uitkijken, daar kon je niet onderdoor. Dat leek mij geheel logisch want dat was bij alle bruggen zo.
Bij de bewuste brug aangekomen remde ik op zo'n 5 meter afstand af om de situatie goed in ogenschouw te nemen. Links was een klein slootje waar je nog een stukje verder kon en rechts van de brug stonden sporen van het op- en afstappen van het ijs. Terwijl ik even rustte keek ik nog eens goed om me heen, ik stond er nu toch al zeker 45 seconden.
Opeens voel ik iets vreemds aan mijn linkerschaats. Ik kijk en zie zo mijn voet in het water verdwijnen. En nog voordat ik een poging kan wagen om mijn rechterschaats van de ondergang te redden verdwijnt ook deze in het water, gevolgd door de rest van mijn lichaam tot aan mijn borst (met de armen gestrekt op het ijs). Daarlig je dan, voor het eerst van je leven door het ijs gezakt, wat doe je dan? Je schrikt enorm en denkt: 'Oh nee, toch niet'. Vervolgens begin je heel zwaar te ademen/hijgen en driftig met je benen te werken en met je armen aan het ijs te trekken. Maar dat ijs brokkelt alleen maar verder af. Pas na 5 a 10 sec. (voor mijn gevoel; exact weet ik het natuurlijk niet) drong het besef tot mij door dat we voor dit soort situaties nou juist zo'n priem hadden gehad. Bliksemsnel ging ik tot actie over: Jas klein stukje openritsen, zoeken naar de priem, vervolgens uit de dop trekken (na deze handeling moest ik me even concentreren op welk deel precies in het ijs moet), vervolgens de priem met kracht in het ijs "rammen" en trekken. En je bent er in één keer uit.
Meteen een wanhoopssprintje naar de kant getrokken en erop gesprongen. Terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik nu snel moest proberen om een warme douche te vinden. Ik was aan de achterkant van huizen beland. Terwijl ik mij in de richting van het eerste huis begaf bedacht ik me opeens dat ik wel de hoezen om mijn schaatsen moest doen (dus met een priem kom je zo snel uit een wak dat je al je verstandelijke vermogens nog behoudt).
Bij het eerste huis waren de gordijnen dicht. Naar het volgende. Een verschrikte mevrouw kijkt mij aan, en ik vraag (schreeuw) dat ik naar binnen wil omdat ik door het ijs ben gezakt. Mevrouw verdwijnt om na 1 minuut nog steeds niet terug te keren. Dus ik weer op pad. Ik vind een paadje en kom aan de voorkant van huizen. Daar zie ik een hele familie achter het raam en ren er in grote vaart op af (wereldrecord klunen?). Ik zie eerst lachende gezichten: 'wat doet die nu raar', maar bij dit huis blijkt men de situatie wel snel in de gaten te hebben. De deur gaat open, en als ik binnen sta krijg ik het opeens koud (wat kan adrenaline toch een hoop onderdrukken), ik word meteen geholpen en binnen de minuut sta ik onder douche. Onder de douche realiseer ik me dat deze mensen net op het punt stonden zelf te gaan schaatsen met twee kinderen. Gelukkig houden ze geen trauma over aan deze vreemde man met enge verhalen. Ze vragen zich alleen af hoe hun vader de kleren terug krijgt die hij aan mij af staat.
Nadat ik onder douche heb gestaan krijg ik kleren van de heer des huizes en koffie van mevrouw. Vader en de kinderen gaan schaatsen. Ik geef hem meteen mijn priem mee en zeg dat we die wel weer terug ruilen met de kleren (de priem heb ik samen met het touw uiteindelijk cadeau gedaan als dank voor alle hulp). Na verder te zijn opgewarmd brengt moeder, die toch niet ging schaatsen, mij naar mijn auto in Holysloot.
Wat kunnen wij nu van dit verhaal leren (de zogenaamde moraal): 1) Watertrappelen met schaatsen is mogelijk, 2) Een priem werkt super als je er maar aan denkt om hem te gebruiken en dus ook altijd mee te nemen, 3) Ga nooit alleen schaatsen, hulp is altijd meegenomen b.v. als je niet in Monnickendam bent maar midden op de Gouwzee, 4) Vertrouw nooit teveel op ongetoetste informatie van anderen en 5) Bij vreemde gewaarwordingen aan een van je schaatsen: Maak dat je weg komt voor het te laat is. Ik wil dit alles besluiten met een mooie Oud-Hollandse spreuk: Vergeet in alle wakken nooit je priem te pakken.